zondag 3 januari 2016

De Driekoningen te Bethlehem






Heden, zondag 23 december, zag ik in de avondschemering, de stoet der heilige Driekoningen voor de poorten van Bethlehem bij hetzelfde gebouw aankomen, waar Jozef en Maria zich hadden laten opschrijven. Het was het voormalige stamhuis van David, waarvan nog slechts enige muren waren overgebleven. Ook Jozefs ouders hadden het in bezit gehad. Het was een groot gebouw, van verschillende woningen omringd: er lag een afgesloten plein voor, en daarvoor lag weer een met bomen beplante en van een waterbron voorziene ruimte. Ik zag er een wachtpost van Romeinse soldaten opgesteld, aan welke de bewaking van het belastingkantoor was opgedragen.


Toen de stoet hier aankwam, werd hij door een nieuwsgierige menigte omringd. De ster was weer verdwenen en daarom waren de Koningen wel wat ongerust. Enige mannen naderden hen, on hen uit te vragen. Zij stegen af en nu kwamen hun meesters uit het huis hun tegemoet met groene takken en boden hen een kleine verfrissing aan van vruchten, broodjes en drank. Dat scheen de gewone beleefdheidsgroet voor zulke vreemdelingen. Toen zij ter zijde van Bethlehem een licht aan de tempel zagen schitteren, alsof de maan was opgekomen, bestegen zijn opnieuw de lastdieren, trokken voorbij een sloot en langs bouwvallige muren rondom de zuidzijde van Bethlehem naar de oostzijde van de stad en naderden de plek van de geboortegrot, van de velden uit, waar de engelen aan de Herders waren verschenen.

Toen de stoet in het dal, achter de grot der geboorte, bij het graf van Maraha was gekomen, stegen de reizigers van de lastdieren en de dienstknechten begonnen verschillende dingen af te laden. Zij sloegen een grote tent op die zij bij zich hadden en maakten de toebereidselen om hier hun kamp op te slaan, waarbij enkele herders, die de geschikte plaats aanwezen, hen behulpzaam waren. Men was hiermee reeds een eind weg gevorderd, toen de Koningen, boven de grot der geboorte, de ster schitterend en vol glans zagen verschijnen. De lichtglans viel loodrecht op de grot neer. Het licht kwam naderbij en werd groter en groter, wel zo groot als een bed laken.


O Star of wonder, star of night, Star with royal beauty bright, Westward leading......: Ik zag hoe zij eerst heel verwonderd waren. Het was reeds donker: zij konden geen huis zien, wel iets dat op een kleine heuvel leek. Plotseling overviel hen een grote vreugde, want zij zagen in de lichtglans de schitterende gedaante van een Kind, zoals zij die vroeger in de ster hadden waargenomen. Allen ontblootten de hoofden en waren van diepe eerbied bezield. De Driekoningen gingen naar de heuvel en vonden de ingang van de grot van een hemels licht vervuld met op de achtergrond de Maagd met het Kind, zoals zij Haar in het sterrenbeeld aanschouwd hadden. Onmiddellijk ging hij terug om deze ontdekking aan zijn reisgenoten mede te delen. Nu trad Jozef hen, met een oude herder, tegemoet en de Koningen deelden kinderlijk eenvoudig mede dat zij gekomen waren om de pasgeboren Koning der Joden, wiens ster zij gezien hadden, te aanbidden en Hem geschenken aan te bieden. Jozef heette hen van harte welkom en de oude herder vergezelde hen naar de reisgenoten en was hen in alles behulpzaam: enkele herders, die zich in de nabijheid bevonden, brachten schuren voor hen in gereedheid.

Zij zelf maakten nu toebereidselen tot de grote plechtigheid waarvoor zij gekomen waren.  Elk van de Koningen was van de vier leden uit zijn stam vergezeld. Bovendien volgden enige dienstknechten van Mensor met een tafeltje, en een een kleed met kwasten en enige lichte banen stof droegen. Toen zij in feestelijke optocht de Heilige Jozef tot onder het afdak voor de ingang van de grot vergezeld waren, werd het tafeltje, met het van kwasten voorziene kleed bedekt en elk der Koningen legde er enige gouden bussen en andere kostbaarheden op neer, die zij van hun gordels losmaakten: dat waren hun gemeenschappelijke geschenken. Mensor en alle anderen deden nu de sandalen van hun voeten. Jozef opende de deur van de grot. 

Twee knapen uit Mensors gevolg gingen voor hem uit en legden een loper voor hem neer: dadelijk achter hem kwamen twee andere knapen, die de tafel met geschenken droegen. Toen zij bij de Heilige Maagd kwamen, nam hij deze er van af en eerbiedig neerknielend, legde hij ze aan haar voeten. Achter Mensor stonden de vier leden van zijn stam eerbiedig voorovergebogen. Saïr en Theokeno waren met hun gevolg bij de ingang van de grot onder het afdak blijven staan. Toen zij binnentraden, maakte zich een diepe godsvrucht en ontroering van allen meester, terwijl zij als doorstraald werden door het licht dat de grot vervulde en toch was er geen ander licht aanwezig dan het Licht der Wereld. Maria lag, op haar arm geleund, op een tapijt, links van van het Jezuskind, dat lag tegenover de ingang, op de plek van de geboorte, in een bak met een tapijt bedekt, die op een verhoging geplaatst was.


LITTLE LAMB



Tarrant - Mary and Baby Jesus💙:






Toen de Koningen binnentraden, ging Maria rechtop zitten, hulde zich in haar sluier en nam het Jezuskind op haar schoot.  O, met welk een heilige godsvrucht aanbidden de goede mensen uit het oosten de goddelijke Meester. Toen ik hen zo zag, dacht ik bij mijzelf: "De harten van die Koningen zijn rein, onbesmet en onschuldig als kinderharten. 


                                                                                           

Nu trad Mensor met zijn vier gezellen terug en naderde de bruine Saïre met zijn gevolg. Deze knielde eveneens vol eerbied neer en bood onder hartroerende bewoordingen zijn geschenk aan, terwijl hij een gouden wierook schelpje vol kleine, groenkleurige harskorrels op het tafeltje voor het goddelijk Kind neerzette. Hij bood als geschenk wierook aan, omdat hij zich gewillig en vol eerbied voegde naar de wil van God en die vol liefde wou volbrengen. Hij bleef nog lange tijd vol diepe godsvrucht neergeknield, vooraleer hij zich verwijderde.

Na hem volgde Theokeno, de blanke en oudste Koning, die zeer oud en zeer zwaarlijvig was en dientengevolge niet kon neerknielen: maar hij stond daar diep voorover gebogen en plaatste een gouden vaas met een fijne, groene plant op het tafeltje. Zij scheen nog te leven en leek op een tenger, groen struikje met ineen gekrulde takjes, waaraan fijne, witte bloempjes hingen. Het was mirre. Hij bleef met zijn gezellen geruime tijd vol diepe ontroering voor het goddelijk Kind staan, zodat ik medelijden kreeg met de andere dienaren voor de kribbe, die nu zo lang moesten wachten voor zij het Kindje te zien kregen.

De toespraken van de Koningen waren in hoge mate treffend en kinderlijk eenvoudig. Terwijl zij de knieën bogen, spraken zij als volgt: "Wij hebben Zijn ster gezien. Hij is de Koning aller koningen en wij zijn gekomen om hem te aanbidden en door onze geschenken te huldigen." Zij waren als in geestesvervoering en bevalen in een kinderlijk, vurig gebed de kleine Jezus, hun dierbaren, have en goed, ja alles, wat voor hier beneden enige waarde had. Zij smeekten de pasgeboren Koning om toch hun harten, zielen, gedachten en werken als offers te aanvaarden, hun geest te verlichten, hun alle deugden en, als aardse geluk, vrede en liefde te schenken.

De Heilige Maagd nam alles nederig en vol innige dankbaarheid aan. Zij bewaarde aanvankelijk het stilzwijgen, doch een eenvoudige beweging onder haar sluier gaf van haar ontroering en heilige vreugde blijk. Het blote bovenlijfje van het goddelijk Kind, dat zij in de sluier gewikkeld had, straalde met hemelse glans daaruit te voorschijn. Op het laatst stamelde zij enige nederige en minzame woorden van dank.

Toen de Koningen met hun gevolg de grot verlaten hadden en naar hun tent waren teruggekeerd, traden eindelijk de dienstknechten de grot binnen. Zij hadden de tent opgeslagen, de dieren afgeladen, alles in gereedheid gebracht en vervolgens met nederig geduld voor de ingang hun beurt afgewacht. Zij waren meer dan dertig in getal en van een schaar jongelingen vergezeld, welke slechts een lendendoek droegen en korte manteljes. De dienstknechten traden vijf aan vijf binnen en een der oversten, waar zij ondergesteld aan waren, ging hen voor. Zij knielden neer voor het Kind en aanbaden het in stilte. Ten slotte trad de hele schaar van jongelingen binnen, die allen de knieën bogen en vol kinderlijke onschuld en vreugde de kleine Jezus aanbaden. 

Bij dit alles genoten Maria en Jozef zo'n grote vreugde die ik nog nooit had waargenomen. Dikwijls liepen er vreugdetranen over hun wangen. Deze erkenning en plechtige verering van het goddelijk Kind, dat zij zo armoedig moesten herbergen en waarvan zij de hoge waarde in de nederigheid van hun harten stil verborgen hielden, deed hen waarlijk goed. Zij zagen aan het Kind der belofte, door Gods almachtige voorzienigheid en in weerwil van alle menselijke blindheid, datgene schenken, wat zij zelf niet vermochten te geven: de eerbewijzen van de machtigen dezer aarde, vol pracht en heerlijkheid. Met de heilige Koningen aanbaden zij het goddelijk Kind: de eer die zij aan Jezus bewezen, maakte hen overgelukkig.

Intussen had Jozef met behulp van enige herders een eenvoudig maal in de tent van de Koningen bereid. Er waren schoteltjes met broden, vruchten en honigraten, bordjes met kruiden, flessen met balsem heen gedragen en dit alles werd op een lage tafel, die op een tapijt stond, neergezet. Hij had reeds 's morgens alles in gereedheid laten brengen voor het onthaal van de Koningen, want de Heilige Maagd was vooraf van hun aankomst in kennis gesteld.

Toen de Koningen met hun verwanten na het avondgezang in de tent waren teruggekeerd, werden zij er op vriendelijke wijze door de Heilige Jozef ontvangen, die hen verzocht om zijn eenvoudige maaltijd niet te versmaden: hij lag met hen aan rondom de lage tafel en zo aten zij. Hij was helemaal niet verlegen, maar zo opgeruimd dat hij tranen van vreugde weende.

Toen Jozef in de geboortegrot was teruggekeerd, borg hij aan de rechterzijde van de kribbe, in een muuropeningen, al de geschenken weg. Alles werd nederig en met dankbaarheid aangenomen en weer met mildheid onder de armen verdeeld.

De visioenen waren veel uitgebreider maar te lang om hier alles te noteren. Ik heb het wezenlijke overgenomen, de H. Familie, de Geboorte, de herders en de drie koningen. Na enige tijd gingen Maria en Jozef met het kindje Jezus naar Nazareth terug. Ik heb altijd gedacht dat zij van uit Betlehem naar Egypte op de vlucht gingen, maar dat blijkt niet zo gegaan te zijn.


ria

4 opmerkingen:

willy zei

Driekoningen werd hier vroeger in de streek uitbundig gevierd Ria..

in een rond Zottegem is dat nog steeds het geval

prettige dag gewenst

Helma zei

Hoi Ria,
zo mooi om dit verhaal te lezen. Ik ga het ook bewaren om aan mijn kleinkinderen voor te lezen :-) Mijn kerstboom staat ook altijd tot de drie koningen..

Groetjes, Helma

Danny De Dier zei

Een mooi verhaal. Het lijkt echter te zijn dan wat in het evangelie beschreven staat.

Danny De Dier zei

Een mooi verhaal. Het lijkt echter te zijn dan wat in het evangelie beschreven staat.