donderdag 28 januari 2016

Opgeruimd


Frisgroen nog, te vroeg om te verbranden,
krijgt hij buiten een tweede leven....




















Binnenkort nodig ik u op de thee.

ria39




woensdag 27 januari 2016

zaterdag 23 januari 2016

Wonen...


WAT KIES JIJ?

"A COUNTRY HOUSE, TERRACE" Artist: Stanislav Zhukovsky (1875–1944) Oil on canvas 38,2 x 29 cm State Tretyakov Gallery, Moscow:

Een beetje WILD en GROEN ?

of

LICHT en KNUS?


srta-pepis: “ ☆ http://jennasuedesign.blogspot.com ”: ...photo:




                                Of hou je van....?
 : .Bilder til salgs - www.hannajakobsen.net:

................an imperfect harmony... | Flickr - Photo Sharing!: Jamie heiden On the Day Between Saturday and Sunday | Flickr - Photo Sharing!:  
                                                           
                                                       een hutje op de hei?





Hoe groot het is, speelt weinig rol....

.by Mary Engelbreit

Geef mij maar een huis waar de liefde woont...
waar kinderen spelen, 
leren delen
en reiken naar de zon....

ME(Right in my face this evening in the autorickshaw. ..bubbles ;) n trustme its like a worry buster .: mary engelbreit
............

Zalig is het huisje waar kindertjes spelen,
drukken daar zorgen, zij vallen zo licht,
vloeien er tranen, een lach van de kleine
tovert weer vreugd ' op een droevig gezicht.


Dit heel oude versje werd bij ons thuis
wel eens opgezegd. Er werd gezongen,
toneelgespeeld, versjes gedeclameerd.
Ik kom uit een warm nest en daarvoor
blijf ik mijn leven lang dankbaar.

ria



sommige foto's van
hannajakobsen, Jaimie Heiden
en  Mary Engelbreit
met dank aan Pinterest. 

donderdag 21 januari 2016

Moeders - heldinnen.

Carlton Alfred Smith:

Als moeder zong bij ‘t schuivend wieggeschemel, 
vergleed haar lied als harpezang zo teer; 
dan streek er vast een Seraf uit de hemel 
op zachte wieken bij haar wichtje neer.
 
Als moeder zong was heel het huis vol vreugde,

als moeder zong van liefd’ en levensmoed. 
Als moeder zong en ons het hart verheugde, 
als moeder zong was alles, alles goed.


Zingt moeders, zingt zoals uw moeders zongen. 
Gij maakt de wereld blijer door uw lied:
zingt vroeg en laat, zingt vrij en ongedwongen, 
alleen de boze mensen zingen niet.

Armand Preud'homme

Zo was het ook bij ons thuis.

EN NU ?

Hebben vele moeders 
op zoveel plaatsen in de wereld
nog reden om te zingen?


Ontelbare moeders en kinderen,
op de vlucht,
in weer en wind,
in kou, regen en sneeuw.



Hoor je hun schreeuw?

Zeg niet:
"ze hadden in hun land moeten blijven."

Zie je niet hun wanhoop, hun angst,

hun groot verdriet ?





...zelfs vaders weten geen raad.





Ook ik was ooit een kleine vluchteling,
met grootouders, ouders en zusje
op de vlucht voor de vliegende bommen.

Een nieuwe zusje werd geboren
terwijl wij op de vlucht waren,
hoeveel vrouwen maken dit niet mee?

Ze dragen hun kind niet enkel 9 maanden,
maar nog lang daarna, 
duizenden kilometers ver, als het moet






Wij vonden een onderdak
een warme woonst
op een veilige plek.
Mijn vader kreeg werk
en ik kon naar school.





Hoevelen hebben geen dak meer
boven hun hoofd,
enkel een tentzeil dat soms
niet waterdicht is.
Geen elektriciteit,
zelfs geen zuiver water.


Jongen en meisje in een vluchtelingenkamp in Pakistan.: Vluchtelingenmeisje in de Centraal Afrikaanse Republiek. Foto: Sven Torfinn.:
Syrische jongentjes op pad met een kruiwagen in Gawilan, een vluchtelingenkamp in Irak.:
Twee Pakistaanse kinderen op de vlucht, en een meisje in Centraal Afrika.

 Syrische kinderen in Irak,
maar is het daar wel veilig?






De beelden op TV zijn vluchtig, 
daarna nemen wij ons eigen leven weer op.

Dit is slechts een topje van de ijsberg,
we kunnen niet doen alsof het niet bestaat.
Ik althans kan dat niet.
Het is een groot en stil verdriet.

ria39


vrijdag 15 januari 2016

Winter



Gudvangen, Norway.:

De sterren wintertintelen 
en de maan 
doorschijnt de melkwegnacht. 

Het kraakt van sneeuw op de aarde 
waar ik ga, 
een nieteling, een adem wit, 
een ademdamp van liefde en poezie.




Ida Gerhardt, 
uit De Hovenier - Assen 1961




maandag 11 januari 2016

Lente me.




Lente me - 10 januari 2016






"Winter me..."  Vier jaar eerder, zelfde tijd




Nog een extraatje,



Hebt U genoten?
Ik wel,
ria39


Mijn jongste spruit:
Verzameling gedichten

zaterdag 9 januari 2016

Deuren



Mijn nieuwe site 
"verzameling gedichten":





 :
 

Een deur is niet zomaar 
een deur,
ze voert je binnen
in het volle leven.

Achter iedere deur
valt van alles te beleven...
gezelligheid en pret,
samen eten,
niemand vergeten,

kinderen, groot en klein,
pa en ma,
soms ook nog een opa



Maar af en toe leidt een deur
tot onenigheid,
verdeeldheid helaas,
ma woont hier
en pa woont daar,
en de kinderen die
zijn de duppe
van dit deuren-relaas.

ria


Ik durf het haast niet vertellen hoeveel gescheiden gezinnen
hier in onze buurt wonen. Vooral de oudere generaties zijn nog samen.




dinsdag 5 januari 2016

Aanwezig zijn.



Windswept Sand Dunes on Beach at Studland Bay, UNESCO World Heritage Site, Dorset, England:


Als duinzand glijden de dagen 
door onze vingers. 
Te slordig gaan we meestal om 
met wat we meemaken, dag na dag. 
We kijken maar zien niet, 
horen maar luisteren niet. 


Love! (Photograph Rainy Day by Jake Olson Studios):
.

Mochten we in alles aanwezig zijn, 
dan wordt onze aandacht 
verwondering over een glimlach, 
ontroering voor een hartelijke attentie 
en dankbaarheid 
voor de kleine dingen 
die ons leven verdiepen. 


Valeer Deschacht








Voorspoedig 2016


foto's Pinterest - met dank


zondag 3 januari 2016

De Driekoningen te Bethlehem






Heden, zondag 23 december, zag ik in de avondschemering, de stoet der heilige Driekoningen voor de poorten van Bethlehem bij hetzelfde gebouw aankomen, waar Jozef en Maria zich hadden laten opschrijven. Het was het voormalige stamhuis van David, waarvan nog slechts enige muren waren overgebleven. Ook Jozefs ouders hadden het in bezit gehad. Het was een groot gebouw, van verschillende woningen omringd: er lag een afgesloten plein voor, en daarvoor lag weer een met bomen beplante en van een waterbron voorziene ruimte. Ik zag er een wachtpost van Romeinse soldaten opgesteld, aan welke de bewaking van het belastingkantoor was opgedragen.


Toen de stoet hier aankwam, werd hij door een nieuwsgierige menigte omringd. De ster was weer verdwenen en daarom waren de Koningen wel wat ongerust. Enige mannen naderden hen, on hen uit te vragen. Zij stegen af en nu kwamen hun meesters uit het huis hun tegemoet met groene takken en boden hen een kleine verfrissing aan van vruchten, broodjes en drank. Dat scheen de gewone beleefdheidsgroet voor zulke vreemdelingen. Toen zij ter zijde van Bethlehem een licht aan de tempel zagen schitteren, alsof de maan was opgekomen, bestegen zijn opnieuw de lastdieren, trokken voorbij een sloot en langs bouwvallige muren rondom de zuidzijde van Bethlehem naar de oostzijde van de stad en naderden de plek van de geboortegrot, van de velden uit, waar de engelen aan de Herders waren verschenen.

Toen de stoet in het dal, achter de grot der geboorte, bij het graf van Maraha was gekomen, stegen de reizigers van de lastdieren en de dienstknechten begonnen verschillende dingen af te laden. Zij sloegen een grote tent op die zij bij zich hadden en maakten de toebereidselen om hier hun kamp op te slaan, waarbij enkele herders, die de geschikte plaats aanwezen, hen behulpzaam waren. Men was hiermee reeds een eind weg gevorderd, toen de Koningen, boven de grot der geboorte, de ster schitterend en vol glans zagen verschijnen. De lichtglans viel loodrecht op de grot neer. Het licht kwam naderbij en werd groter en groter, wel zo groot als een bed laken.


O Star of wonder, star of night, Star with royal beauty bright, Westward leading......: Ik zag hoe zij eerst heel verwonderd waren. Het was reeds donker: zij konden geen huis zien, wel iets dat op een kleine heuvel leek. Plotseling overviel hen een grote vreugde, want zij zagen in de lichtglans de schitterende gedaante van een Kind, zoals zij die vroeger in de ster hadden waargenomen. Allen ontblootten de hoofden en waren van diepe eerbied bezield. De Driekoningen gingen naar de heuvel en vonden de ingang van de grot van een hemels licht vervuld met op de achtergrond de Maagd met het Kind, zoals zij Haar in het sterrenbeeld aanschouwd hadden. Onmiddellijk ging hij terug om deze ontdekking aan zijn reisgenoten mede te delen. Nu trad Jozef hen, met een oude herder, tegemoet en de Koningen deelden kinderlijk eenvoudig mede dat zij gekomen waren om de pasgeboren Koning der Joden, wiens ster zij gezien hadden, te aanbidden en Hem geschenken aan te bieden. Jozef heette hen van harte welkom en de oude herder vergezelde hen naar de reisgenoten en was hen in alles behulpzaam: enkele herders, die zich in de nabijheid bevonden, brachten schuren voor hen in gereedheid.

Zij zelf maakten nu toebereidselen tot de grote plechtigheid waarvoor zij gekomen waren.  Elk van de Koningen was van de vier leden uit zijn stam vergezeld. Bovendien volgden enige dienstknechten van Mensor met een tafeltje, en een een kleed met kwasten en enige lichte banen stof droegen. Toen zij in feestelijke optocht de Heilige Jozef tot onder het afdak voor de ingang van de grot vergezeld waren, werd het tafeltje, met het van kwasten voorziene kleed bedekt en elk der Koningen legde er enige gouden bussen en andere kostbaarheden op neer, die zij van hun gordels losmaakten: dat waren hun gemeenschappelijke geschenken. Mensor en alle anderen deden nu de sandalen van hun voeten. Jozef opende de deur van de grot. 

Twee knapen uit Mensors gevolg gingen voor hem uit en legden een loper voor hem neer: dadelijk achter hem kwamen twee andere knapen, die de tafel met geschenken droegen. Toen zij bij de Heilige Maagd kwamen, nam hij deze er van af en eerbiedig neerknielend, legde hij ze aan haar voeten. Achter Mensor stonden de vier leden van zijn stam eerbiedig voorovergebogen. Saïr en Theokeno waren met hun gevolg bij de ingang van de grot onder het afdak blijven staan. Toen zij binnentraden, maakte zich een diepe godsvrucht en ontroering van allen meester, terwijl zij als doorstraald werden door het licht dat de grot vervulde en toch was er geen ander licht aanwezig dan het Licht der Wereld. Maria lag, op haar arm geleund, op een tapijt, links van van het Jezuskind, dat lag tegenover de ingang, op de plek van de geboorte, in een bak met een tapijt bedekt, die op een verhoging geplaatst was.


LITTLE LAMB



Tarrant - Mary and Baby Jesus💙:






Toen de Koningen binnentraden, ging Maria rechtop zitten, hulde zich in haar sluier en nam het Jezuskind op haar schoot.  O, met welk een heilige godsvrucht aanbidden de goede mensen uit het oosten de goddelijke Meester. Toen ik hen zo zag, dacht ik bij mijzelf: "De harten van die Koningen zijn rein, onbesmet en onschuldig als kinderharten. 


                                                                                           

Nu trad Mensor met zijn vier gezellen terug en naderde de bruine Saïre met zijn gevolg. Deze knielde eveneens vol eerbied neer en bood onder hartroerende bewoordingen zijn geschenk aan, terwijl hij een gouden wierook schelpje vol kleine, groenkleurige harskorrels op het tafeltje voor het goddelijk Kind neerzette. Hij bood als geschenk wierook aan, omdat hij zich gewillig en vol eerbied voegde naar de wil van God en die vol liefde wou volbrengen. Hij bleef nog lange tijd vol diepe godsvrucht neergeknield, vooraleer hij zich verwijderde.

Na hem volgde Theokeno, de blanke en oudste Koning, die zeer oud en zeer zwaarlijvig was en dientengevolge niet kon neerknielen: maar hij stond daar diep voorover gebogen en plaatste een gouden vaas met een fijne, groene plant op het tafeltje. Zij scheen nog te leven en leek op een tenger, groen struikje met ineen gekrulde takjes, waaraan fijne, witte bloempjes hingen. Het was mirre. Hij bleef met zijn gezellen geruime tijd vol diepe ontroering voor het goddelijk Kind staan, zodat ik medelijden kreeg met de andere dienaren voor de kribbe, die nu zo lang moesten wachten voor zij het Kindje te zien kregen.

De toespraken van de Koningen waren in hoge mate treffend en kinderlijk eenvoudig. Terwijl zij de knieën bogen, spraken zij als volgt: "Wij hebben Zijn ster gezien. Hij is de Koning aller koningen en wij zijn gekomen om hem te aanbidden en door onze geschenken te huldigen." Zij waren als in geestesvervoering en bevalen in een kinderlijk, vurig gebed de kleine Jezus, hun dierbaren, have en goed, ja alles, wat voor hier beneden enige waarde had. Zij smeekten de pasgeboren Koning om toch hun harten, zielen, gedachten en werken als offers te aanvaarden, hun geest te verlichten, hun alle deugden en, als aardse geluk, vrede en liefde te schenken.

De Heilige Maagd nam alles nederig en vol innige dankbaarheid aan. Zij bewaarde aanvankelijk het stilzwijgen, doch een eenvoudige beweging onder haar sluier gaf van haar ontroering en heilige vreugde blijk. Het blote bovenlijfje van het goddelijk Kind, dat zij in de sluier gewikkeld had, straalde met hemelse glans daaruit te voorschijn. Op het laatst stamelde zij enige nederige en minzame woorden van dank.

Toen de Koningen met hun gevolg de grot verlaten hadden en naar hun tent waren teruggekeerd, traden eindelijk de dienstknechten de grot binnen. Zij hadden de tent opgeslagen, de dieren afgeladen, alles in gereedheid gebracht en vervolgens met nederig geduld voor de ingang hun beurt afgewacht. Zij waren meer dan dertig in getal en van een schaar jongelingen vergezeld, welke slechts een lendendoek droegen en korte manteljes. De dienstknechten traden vijf aan vijf binnen en een der oversten, waar zij ondergesteld aan waren, ging hen voor. Zij knielden neer voor het Kind en aanbaden het in stilte. Ten slotte trad de hele schaar van jongelingen binnen, die allen de knieën bogen en vol kinderlijke onschuld en vreugde de kleine Jezus aanbaden. 

Bij dit alles genoten Maria en Jozef zo'n grote vreugde die ik nog nooit had waargenomen. Dikwijls liepen er vreugdetranen over hun wangen. Deze erkenning en plechtige verering van het goddelijk Kind, dat zij zo armoedig moesten herbergen en waarvan zij de hoge waarde in de nederigheid van hun harten stil verborgen hielden, deed hen waarlijk goed. Zij zagen aan het Kind der belofte, door Gods almachtige voorzienigheid en in weerwil van alle menselijke blindheid, datgene schenken, wat zij zelf niet vermochten te geven: de eerbewijzen van de machtigen dezer aarde, vol pracht en heerlijkheid. Met de heilige Koningen aanbaden zij het goddelijk Kind: de eer die zij aan Jezus bewezen, maakte hen overgelukkig.

Intussen had Jozef met behulp van enige herders een eenvoudig maal in de tent van de Koningen bereid. Er waren schoteltjes met broden, vruchten en honigraten, bordjes met kruiden, flessen met balsem heen gedragen en dit alles werd op een lage tafel, die op een tapijt stond, neergezet. Hij had reeds 's morgens alles in gereedheid laten brengen voor het onthaal van de Koningen, want de Heilige Maagd was vooraf van hun aankomst in kennis gesteld.

Toen de Koningen met hun verwanten na het avondgezang in de tent waren teruggekeerd, werden zij er op vriendelijke wijze door de Heilige Jozef ontvangen, die hen verzocht om zijn eenvoudige maaltijd niet te versmaden: hij lag met hen aan rondom de lage tafel en zo aten zij. Hij was helemaal niet verlegen, maar zo opgeruimd dat hij tranen van vreugde weende.

Toen Jozef in de geboortegrot was teruggekeerd, borg hij aan de rechterzijde van de kribbe, in een muuropeningen, al de geschenken weg. Alles werd nederig en met dankbaarheid aangenomen en weer met mildheid onder de armen verdeeld.

De visioenen waren veel uitgebreider maar te lang om hier alles te noteren. Ik heb het wezenlijke overgenomen, de H. Familie, de Geboorte, de herders en de drie koningen. Na enige tijd gingen Maria en Jozef met het kindje Jezus naar Nazareth terug. Ik heb altijd gedacht dat zij van uit Betlehem naar Egypte op de vlucht gingen, maar dat blijkt niet zo gegaan te zijn.


ria

zaterdag 2 januari 2016

De komst van de DRIE KONINGEN



Vreugdevol en gezond nieuwjaar
voor u en allen die u dierbaar zijn.


Wise Men Still Seek Him:



WAT VOORAFGING

deel 1  - deel 2  -  deel 3  -  deel 4


Maria en Jozef bereiden zich voor op hun komst

Maria zag in een visioen de Heilige Driekoningen terwijl zij zich ophielden bij de koning van Causur. Zij zag ook dat deze voor haar kind een altaar wilden oprichten. Zij vertelde dit aan de Heilige Jozef en verzocht hun de geboortegrot wat op te ruimen en alles bijtijds voor de ontvangst der Koningen klaar te maken.

De mensen, voor wie Maria zich gisteren in de andere grot verborg, waren nieuwsgierige bezoekers, die in de laatste dagen nog al meer kwamen. Vandaag ging Elisabeth, door een dienaar afgehaald, weer terug naar Jutta.

Visioenen van donderdag 6 tot zaterdag 8 december 1821. 

Het was in deze dagen rustiger in de geboortegrot. De Heilige Familie was meestal alleen. Slechts de dienstmaagd van Maria, een stevige, zeer ernstige en nederige vrouw van omstreeks dertig jaar, was aanwezig. Zij was een kinderloze weduwe en aan de Heilige Anna verwant. Daar had zij ook haar onderkomen gevonden. 

Jozef vierde met Maria en de dienstmaagd de sabbat onder de lamp in de geboortegrot. Op zaterdagavond bevond de viering van het feest van de tempelwijding. Jozef heeft in de grot op drie plaatsen lampen opgehangen, die elk van de zeven lichtjes voorzien zijn.
...

Maandag 10 december 1821. 

Vandaag kwam een dienstknecht van de Heilige Anna. Hij bracht aan de Heilige Maagd, behalve nog andere zaken, de benodigdheden voor een gordel en een zeer schoon korfje met vruchten dat bovenaan geheel met levendige rozen is gedekt, die tussen de vruchten gestoken waren en er zeer fris uitzagen. Het korfje is smal en hoog. De rozen hebben niet dezelfde kleur als bij ons, doch zien er bleker uit: ook gele en witte waren erbij, grote volle bloemen en ook enkele knoppen. Maria scheen zeer met dit korfje ingenomen en zette het naast zich neer.

Stoet der Koningen: Ik heb gedurende de laatste dagen de Koningen meermaals op hun tocht gezien; de weg werd steeds bergachtiger. Zij trokken over die bergen, waar kleine stenen op potscherven verspreid lagen. Ik verlangde steeds om er enige van te bezitten, omdat zij er zo glad uitzien. Ook zijn er bergen, waar vele witte, doorzichtige stenen liggen die op vogeleieren lijken en ook veel wit zand. Ik zag hen thans in een landstreek waar zij zich later gevestigd hadden, toen Jezus hen in het derde jaar van zijn openbaar leven bezocht. Zij waren niet in de tentstad zelf, want die bestond toen nog niet.

Op 13 december: Er moet weer een nieuw feest begonnen zijn: ik zag ook te Jeruzalem vele veranderingen daarvoor aanbrengen. In vele huizen werden de vensters met een voorhangsel bedekt en gesloten. Ik zag ook een priester met een rol bij Jozef in de grot. Zij baden gezamenlijk bij een tafeltje dat met een rood en wit kleed bedekt was. Het scheen alsof hij wilde onderzoeken of Jozef het feest mee vierde of als kondigde hij hem een nieuwe feestdag aan. Bij de kribbe was het stil en er was geen bezoek de laatste dagen.

[A.C. Emmerich spreekt hier over een feest. Zij meende dat het feest van de nieuwe maan begonnen was, maar dit wist zij niet zeker]

Op 17 december: kwamen twee dienstknechten van de Heilige Anna met voedingsmiddelen en andere zaken. Maria gaat echter met het uitdelen nog sneller te werk dan ik. Alles werd spoedig onder de armen verdeeld. Ik zie dat Jozef reeds begint om in de geboortegrot, de zijgrot en bij het graf van Maraha alles op te poetsen en te regelen. Zij verwachten het bezoek van de Heilige Anna en Maria meent dat de Koningen ook wel gauw zullen komen.

Maandag 17 december 1821: Ik zag de stoet van de Koningen vandaag, laat op de avond, in een kleine stad aankomen. Vele huizen waren met hoge, dichte schuttingen omgeven. Het scheen mij de eerste joodse stad die ze tegenkwamen. Zij lag op gelijke hoogte met Bethlehem, maar toch sloegen zij een weg rechts in, waarschijnlijk omdat dit de enige straatweg was. Toen zij bij deze plaats kwamen zongen zij bijzonder luid en schoon en zij waren heel blij omdat de ster hier zo'n buitengewoon helder licht gaf. Het was alsof de maan scheen en men kon duidelijk de schaduwen zien. Toch schenen de inwoners de ster niet te zien, ofwel trokken zij er zich niet veel van aan.

Peinture de Corbert Gauthier:

Het zijn overigens goede en buitengewoon gedienstige mensen. Enige van de reizigers waren afgestegen en de inwoners waren hen behulpzaam om de dieren te laten drinken. Dit deed mij terugdenken aan de tijden van Abraham, toen de mensen overal zo goed en behulpzaam waren. Vele inwoners begeleidden de stoet door de stad en gingen een eind met hen mee. Zij droegen groene takken in de hand. Ik zag de ster niet altijd lichtend voor hen uitgaan, doch menigmaal was zij heel donker. Het viel mij op dat zij het meest schitterde op plaatsen waar goede mensen woonden. Wanneer zij ergens heel helder licht gaf, waren de reizigers enorm aangedaan en meenden dat daar de Messias misschien moest zijn.

Dinsdag 17 december 1821: Vanmorgen trekken de reizigers, zonder op te houden, langs een donkere, in nevelen gehulde stad en een eind verder staken zij de rivier (Aron?) over, die zich in de Dode Zee uitstort. Bij deze laatste twee plaatsen bleven vele arme lieden achter, die zich bij de stoet hadden aangesloten. Van één van deze plaatsen herinner ik mij nog dat iemand, bij een strijd voor Salomons regering, daarheen gevlucht was. Zij trokken vanmorgen de rivier over en kwamen toen op een goede straatweg.

Woensdag 18 december 1821: Ik zag vanavond de stoet van de Koningen, toen wel tweehonderd man sterk hen nalopen, want zoveel bedelaarsvolk werd er door hun vrijgevigheid gelokt, aan deze kant van de overgestoken rivier. Zij naderden de oostzijde van de stad die Jezus in het tweede jaar van zijn openbaar leven, van de westzijde genaderd was, zonder er binnen te gaan. De naam van de stad was Manathea, Metanea, Medana of Madian. De bevolking bestond uit heidenen en joden. Het waren boosaardige lieden die, ofschoon hun weg door het straatgebied leidde, de stoet niet wilden doorlaten. Men trok nu tot voor de oostzijde van de stad waar zich een van muren omringde ruimte met schuren en stallen bevond. Hier sloegen de Koningen hun tenten op, gaven de dieren hun voedsel en lieten zich een maaltijd bereiden.

Donderdag 20 en Vrijdag 21 december:  Ik zag de Koningen hier rust nemen. Zij waren zeer bedroefd omdat hier, evenmin als in de vorige stad, niemand iets van de nieuwgeboren Koning wilde weten. Toch hoorde ik, hoe zij de inwoners met grote vriendelijkheid mededeelden, waarom zij deze reis aanvaard hadden en hoe lang hun tocht reeds duurde.


we3kings-300x300.jpg 300×300 pixels:



Zondag 23 december 1821. Vanmorgen in de vroegte liet Herodes de Driekoningen in zijn paleis ontbieden. Zij werden onder een ereboog ontvangen en in een zaal geleid, waar ik voor hun verwelkoming groene takken en bloemstukken in vazen zag prijken. Ook stond er wat drank klaar. Zij bleven een tijdlang staan totdat Herodes kwam. Dan bogen zij voor hem en vroegen opnieuw: "Waar is de Koning der Joden, die geboren is?" Herodes verborg zijn onrust zo goed hij kon en veinsde zelfs een grote vreugde. Er waren ook enige schriftgeleerden tegenwoordig. Hij vroeg de koningen wat zij gezien hadden en Mensor verklaarde nu het laatste beeld dat zij voor hun vertrek aan de sterrenhemel hadden waargenomen.

Het was de beeltenis van een maagd met voor haar een kind. Uit diens rechterzijde was er een lichtstraal te voorschijn gekomen en daarin was een toren verschenen met meerdere poorten. Deze toren was dan overgegaan in een grote stad, waarboven zich het kind met kroon, zwaar en scepter, als een koning vertoonde. Toen hadden zij zich zelf gezien en alle koningen der aarde, die voor het kind bogen en het aanbaden, want het rijk van het kind zou alle rijken overwinnen.

Herodes zei dan dat er van Bethlehem Ephrata wel een dergelijke voorzegging bestond en hij zond hen in stilte heen, met de woorden: "Ga en zoek nauwkeurig naar het Kind en als gij het gevonden hebt, breng mij dan verslag uit, opdat ook ik het zou kunnen aanbidden."

De Koningen, die van de opgediste spijzen niets genomen hadden, vertrokken weer. Het was nog zeer vroeg, want ik zag de fakkels nog voor het paleis branden. Herodes ging met de Koningen zo geheimzinnig te werk om in de stad praatjes te voorkomen. De dag was ondertussen aangebroken en men maakte alles klaar voor de aftocht. De menigte, die de stoet tot Jeruzalem vergezelde, had zich gisteren in de stad verspreid. Herodes was in deze dagen vol ergernis en bezield van boze plannen. 

Nu kwamen opeens die Koningen met hun grote lijfstoet bij Herodes aanzetten en schrik en ontzetting hadden zich van hem meester gemaakt, want deze kwamen van zo ver en alles bleek dus meer dan ijdele praat te zijn. Hij huichelde echter toen zij zo beslist naar de nieuwgeboren Koning vroegen, door te doen alsof hij er veel belang in stelde en dat hij ook zijn hulde wou brengen en daarover waren de Koningen zeer verheugd.