klik op link hieronder - even geduld - klik dan op full screen of F11
DOPHEIDE
Erica Tetralix
Ginds... in de heide... langs povere paàn,
Daar lachen me blozende lievekens aan.
Ik weet er hun naamkens en 'k noem ze blij:
"De perelkens van de hei"
't Zijn pereltrosjes van rozig satijn;
't Zijn Japansche vaasjes van broos porselein;
Licht trillend bij zoentjes van vlinder of bij,
"De perelkens van de hei"
Bijwijlen dan knikken bij 't windeke kleen,
Die schuchtere kopjes van "ja" en van "neen".
Dan frazelen ze stemmig,als klokjes der Mei
"De perelkens van de hei"
O wondre juweeltjes, o troosterkes mijn
Geen blommeke bloeit er met kunstiger lijn!
En zijt ge zóó simpel... toch blijft ge voor mij
"De perelkens van de hei"
Al zoeken of lieven de menschen u niet,
Al draag ik in 't harte gezwegen verdriet,
Nooit ging ik u zonder lachsken voorbij,
"O perelkens van de hei"
Alice Nahon
(1896-1933)
