Posts tonen met het label schepping. Alle posts tonen
Posts tonen met het label schepping. Alle posts tonen

donderdag 12 augustus 2010

Jelle en de taal van de liefde.


Als je hem zo bekijkt, zijn stevig gespierde armen en benen, zijn blonde kuif en de blos op zijn wangen, dan zou je niet denken dat hij pas tien werd. Hij stapt met flinke tred naast zijn grootva, met wie hij graag op stap gaat.


Van toen hij maar een peuter was klom hij bij hem op schoot. Misschien omdat die zo mooi verhaaltjes kon vertellen. Die verhalen hebben nu plaats gemaakt voor een gesprek, een echte dialoog mag je wel zeggen.
Leergierig als hij is komt hij met honderd en één vragen bij zijn grootva. Eigen verzinsels en inspiraties, wat hij geleerd heeft op school, maar ook wat hij gelezen heeft of gezien op TV, alles heeft zijn plaats.


Maar vandaag, tijdens hun zomerse wandeling legt hij zijn grootva op de rooster. Hij vraagt: “grootva, hoeveel talen spreek jij eigenlijk?” Grootva blijft even staan en zegt: “hoe kom je daar nu bij?” Omdat zij leven in een multiculturele familie, worden er wel eens meerdere talen gesproken, als de familie op bezoek is. Kleinzoon dringt aan.
“Wel”, zegt grootva langzaam “Vlaams is natuurlijk mijn moedertaal.”
“Hèhè” valt kleinzoon hem in de rede: “geen Vlaams, maar Nederlands hé opa.” Nu gebruikt hij het woordje “opa” met een uitdagend lachje, want hij weet dat grootva dat te Hollands vindt. Misschien heeft hij wel gelijk.
“Natuurlijk” zegt grootva, “ook wij Vlamingen spreken ABN, weet je wat dat wil zeggen” vraag hij aan Jelle. “Wie weet dat nu niet,” zegt de blonde snaak en hij lacht zijn witte tanden bloot. Maar deze keer is het grootva die lacht terwijl hij zegt: “Jelle, in Vlaanderen ‘Vlaams’ en op Sint Anneke ‘mosselen’.” Ze schieten beiden in een hartelijke lach.


Grootva wordt ernstiger als hij verder vertelt. “Mijn middelbare studies deed ik in het Franse landsgedeelte. Dat heb ik aan mijn vader te danken. Die vond dat het nuttig was de beide landstalen te leren en te kunnen spreken.
Dat heeft mij in het begin wel bloed, zweet en tranen gekost, maar later was ik dankbaar dat mijn ouders hebben doorgebeten en mij daarvoor op internaat hebben gestuurd.
In mijn beroepsleven heb ik er goed gebruik van kunnen maken en ook nu met onze globetrotters, verspreid in de grote wereld, is het goed dat ik Frans geleerd heb.



“Grootva” vraagt Jelle, “en Engels, waar heb je dat dan geleerd?”
“De basis kreeg ik tijdens mijn middelbare studies, maar later heb ik nog een paar jaar Engels gestudeerd in de avondschool.
In mijn tijd gingen niet alle jongeren tot hun achttiende naar school en de avondschool, met meestal cursussen van drie jaar, waren dan ook een goede gelegenheid om zich bij te scholen”, zei grootva.
Plots speelde een glimlach op zijn gelaat. “ Weet je dat ik zo oma heb leren kennen” dat was nog later toen ik Duits ging studeren. Ook jouw oma volgde die cursus, eerst waren wij vrienden, pas later hebben wij ons verloofd en zijn we getrouwd. Maar dat is een verhaal voor een volgende keer.” “Toe”, dringt Jelle aan.


Maar grootva schudt zijn hoofd en zegt: “ Er is nog een belangrijker taal die elke mens zou moeten leren en beoefenen; dat is de taal van de “liefde”.
En dan bedoel ik niet alleen de taal van de verliefdheid, maar vooral de liefde van mens tot mens. In de familie, maar ook daarbuiten.


Als iedereen die taal zou leren en toepassen dan zou de wereld er zoveel vriendelijker uitzien.
Dan zou er minder eenzaamheid zijn, minder jaloezie, dan werd er niet gepest, dan was er een veel eerlijker verdeling van de rijkdommen van de aarde.



Als de liefde de taal zou zijn van de mensheid dan werden oorlogen overbodig. Dan was er respect voor ieder mens, voor dier en plant, voor heel de natuur.”



Jelle was aan grootva’s voeten neergehurkt en van verbazing stond zijn mond een weinig open. Daar had hij nog nooit zo over nagedacht. De ‘taal van de liefde’.
Grootva zag met ontroering dat Jelle door zijn betoog geraakt was.
Hij vleide zich naast Jelle in het gras en keek met trots naar zijn kleinzoon, nog zo jong en reeds met een open geest voor de noden van de wereld.


Zoals altijd op hun wandelingen hadden zij een drinkbus bij met een lekkere, frisse kruidenthee. Ze dronken om beurten een slok. Grootva bleef een tijdje in gedachten verzonken.
In de verte klaterde een beekje en hommels, bijen en vlinders bezochten de klaver, boterbloemen en andere wilde bloemen die opzij van de weg stonden. Het witte fluitenkruid toverde herinneringen aan lang geleden.




Genoeg gedroomd” mompelde grootva en hij richtte zich tot Jelle,: “weet jij van wie je die taal, die belangrijker is dan alle andere talen te samen, kunt leren” vroeg hij.


Jelle dacht diep na. “Ik geloof dat je die thuis leert,” kwam het er aarzelend uit
“en misschien ook een beetje op school, of in de Chiro en zeker in de catechese”.
“Heel goed,” moedigde grootva zijn kleinzoon aan. “En van wie zouden de volwassenen dat geleerd hebben? “  “Op dezelfde wijze als wij,” zei Jelle vinnig.



“Klopt” zei grootvader, “maar ergens moet er toch een begin geweest zijn.
“Wie heeft al eerste die taal gesproken, die taal beleefd?”
Jelle beseft nu waar grootva naartoe wil.
“Ja maar grootva, dat is wel heel lang geleden hé”. “Je bedoelt toch Jezus,” zegt hij bedachtzaam.
En hij voegt er aan toe, “je weet toch dat ik het saai vind om op zondag naar de kerk te gaan. Ik ga liever voetballen,” zegt hij heel oprecht.



“Jelle,” zegt grootva, en hij kijkt hem daarbij met veel liefde aan: “ terwijl jij gaat voetballen houdt God van jou”, ook al vind jij het niet nodig Hem te gaan groeten en even gezelschap te houden in de kerk, toch houdt Hij van jou.” “En weet je waarom, Jelle?”



Jelle moet het antwoord schuldig blijven.
“ God is liefde ” zegt grootvader en hij voegt er aan toe:
“ God heeft ons, ieder mens, als eerste bemind.
En wel vanaf de eerste microseconde van ons bestaan, lang voor we met het blote oog zichtbaar waren. Vanaf dat ogenblik bemint God ieder mensenkind en heeft Hij het zaad van Zijn liefde in het toekomstige hartje ingeplant.
Want al hebben jouw ouders bewust voor jou gekozen Jelle, toch is het God die jouw leven gestalte gaf. Hij maakte de liefdedaad van jouw ouders vruchtbaar. Hij maakte jou, voor eeuwig Zijn kind.”



Grootvader ziet dat Jelle het niet begrijpt en hij streelt hem over zijn blonde kuif.
“Maak je geen zorgen” zegt hij, “het heeft ook vele jaren geduurd vooraleer ik dit kon aanvaarden en geloven.” “Maar God is geduldig. Dat is een eigenschap van de taal van de liefde”, zegt hij.



“Kom,” zegt grootva, “als we nu eens tot aan het pannenkoekenhuisje zouden stappen, ik heb van al dat gemijmer warempel honger gekregen.”
Jelle legt zijn stevige kinderhand in grootva’s knoeste werkershand, een teken van verbondenheid, vertrouwen en liefde.



Immers de taal van de liefde schrijft haar eigen verhaal. Ze heeft haar eigen symbolen en tekens.


ria
12.08.10

maandag 9 augustus 2010

Wit





" ik kus je teder,"
zei de zon




" jij bent de kleur van mijn dromen "

             " wit, edel-wit,"              
                 zei de zon













"mis"
zei de bloem,
"ik ben geen kleur"
" ik ben de optelsom van alle kleuren samen..."



"dat klopt,"
zei de witroze geranium,
"ergens heb ik een genetische afwijking,



haar vriendinnetje
de hanggeranium zei onverwacht,
" mij maakt dat niets uit,
ik ben tevreden zoals ik ben.







Tot nu toe hadden de witte rozen beleefd hun mondje gehouden,

het waren dan ook dames met manieren...
vooral de wondermooie Schneeflocke.
Niet alleen een dame met klasse, maar ook met een heerlijk parfum.



De wilde roos,

na een drastische snoeibeurt,  opnieuw in haar eerste bloei,
wist niet welke houding
ze best zou aannemen...
ze rechtte haar hoofdje om naar de hemel te kijken,
ze keek,
ja ze keek werkelijk haar ogen uit...



..."wat een mooi-blauwe hemel", riep ze uit
"en die bloemen boven mijn hoofd
die ken ik niet..."



"dat kan ook moeilijk,
zei de bos-kamperfoelie"
"je komt maar pas kijken..."
en ze lachtte haar roomwitte blaadjes bloot...



...op afstand stond een andere geurige dame, de statige witte Flox,
het tafereeltje gade te slaan.
Bij zichzelf dacht ze;
"hoe komt het toch dat de zon nu zoveel aandacht voor ons heeft?"



...had ze misschien luidop gesproken?
plots werd het witte tapijt, dat lag te dommelen in de middagzon
klaar wakker...



...ze waren klein, fijn en heerlijk geurend,
de eenjarige Allyssum,
maar ze waren ook slim.
Hun vele kleine hoofdjes verzamelden massa's informatie
zoals de cellen van een computer.
Bovendien moet men niet altijd groot en sterk zijn,
om slim te zijn.
De bijen zijn een ander voorbeeld van deze spontane kennis.



"vertel"
smeekte de koele Ice Maiden...

...en alhoewel ze samen hun uiterste best deden,
ze vonden het antwoord niet...



... tenslotte liet de witte pluim van de statige vlinderstruik een diepe zucht,

en zei: " vrienden, wij moeten er genoegen mee nemen,
dat er zoveel raadsels zijn en blijven in de schepping.

Honderden, ja duizende geleerde hoofden
hebben zich over ontelbare vraagstukken gebogen,
en toch blijven er vele vragen onopgelost.


Laat de de wetenschappers hun werk doen,
maar weet dat er slechts één alle antwoorden kent,
en dat is Hij, die ons geschapen heeft.




de zon bloosde van genoegen,
zij was immers één van Zijn grootste creaties,
en...met een knipoog, legde zij zich te ruste,

ria

woensdag 28 juli 2010

Gods creatuur



Er borrelt een liedje in mijn hart
van vreugde en van dankbaarheid

Om de natuur, om de seizoenen
om alle schoonheid die verblijdt.

Harmonie en kleuren,
een helder,
onvergetelijk scheppingsuur!

Ondanks alle wetenschap en kennis,
draagt dit palet Gods eigen creatuur

ria

dinsdag 20 juli 2010

Het lied dat wij nu zingen...



Gij komt tot ons gans onverwachts
in alle mooie dingen.


in bloemen, in de zonnepracht
in 't lied dat wij nu zingen


...in 't brood dat op de tafel staat


in 't hart dat blij en dankbaar slaat,
in duizend, duizend dingen.


Gij komt tot ons in het morgenuur
in dauw van nieuwe dingen,


in 't kind dat lacht, in licht en vuur,
in 't lied dat wij U zingen,



in 't woord dat Gij nu tot ons spreekt,
in 't brood dat Gij hier met ons breekt,
in duizend, duizend dingen.



Gij komt tot ons in heel de dag
in arbeid van de dingen,
in zorg en vreugde, pijn en lach,
in 't lied dat wij dan zingen.


In liefde ook van man en vrouw,
in vriendschap, vrede en in trouw
in duizend, duizend dingen.


Gij komt tot ons als 't avond is,
in het sterven van de dingen,


in 't afscheid, dat het laatste is,
in 't lied dat wij niet zingen.



Op 't woord dat Gij spreekt, hopen wij,
Uw liefde is ons toch nabij
in duizend, duizend, dingen.

--------------------------------------------------------------------------------------------------------

tekst: L. Adeleydt
muziek: F. Grypdonck - uit: Zingt Jubilate

  - Fotografen onbekend -

De foto's worden mij meestal toegezonden via pps, echter zonder naam.
Anderen komen uit de bibliotheek van Microsoft.
Gelieve mij te melden als één deze foto's uw eigendom zou zijn.
Dank, ria39