Posts tonen met het label liefde. Alle posts tonen
Posts tonen met het label liefde. Alle posts tonen

woensdag 7 september 2011

Liefde


liefde is...alles begrijpen van elkaar zonder iets te zeggen.  
liefde is...alle ruzietjes weer snel bijleggen. 
liefde is...naar elkaar luisteren en elkaar vertrouwen, 
maar het allerbelangrijkste van liefde is om van elkaar te houden!  
Toon Hermans

zondag 5 juni 2011

Liefde in de lente


Lente en jeugd,
en een heerlijke ochtend
onbezorgd lopen ze samen
de velden in,
de dageraad tegemoet.

De zon komt hen tegen,
haar frisse ochtendstralen
priemen door de nevels
die als zilveren draden
het landschap versieren.

Hun hart jubelt
bij zoveel schoonheid
die ze samen ervaren,en
hun handen zoeken elkaar
in een vertrouwd gebaar.

Hoog in de ijle lucht
zingt er een Wielewaal,
in trillende klanken
dankend zijn Schepper
om zijn prille bestaan.

Stil staan ze,en luisteren
in blije verrukking,
zoals een moeder geniet
bij haar pasgeboren kind,
hoe het ademt,hoe het leeft.

Hun stralende jonge lichamen
helder afgetekend
tegen het landschap en omlijst
door gouden zonnestralen
vertellen over hun intens geluk.

Dankbaarheid vervult
hun jonge harten,overweldigd
door de liefde voor elkaar
en voor het wonder
van deze schitterende dageraad.

"Wie zijn hart te luisteren legt
leeft tweemaal"

ria

maandag 16 mei 2011

Ik geef je een roosje, mijn Roosje...


Hij vergeet nooit die eerste ontmoeting
En hij weet nog precies wat ze zei
Hij vergeet nooit toen zij in z'n armen
Voor 't eerst zei "de liefste ben jij".
.
Hij vergeet nooit die nacht na de trouwdag
Haar grapjes, haar ernst en haar trouw
En hij weet nog precies hoe ze lachte
Toen hij zei "'k maak een liedje voor jou"




Ik geef je een roosje m'n Roosje
Ik geef je een roos elke dag
En ik hou van jou, tot de wei zonder dauw
En de echo niet lacht om een lach
Ik zag ze zo vaak in ons straatje
Een oud heel tevreden lief paar
Als het strand bij de zee waren zij met z'n twee
Want ze hielden zoveel van elkaar.
.
Ieder kind wist, van hem kreeg je dropjes
En zij gaf de kleinste een zoen
Ze schuifelden saam naar het hoekje
En hij zong z'n liedje van toen





Ik geef je een roosje m'n Roosje
Ik geef je een roos elke dag
En ik hou van jou, tot de wei zonder dauw
En de echo niet lacht om een lach
 .
Nu loopt hij alleen door 't straatje
En staat stil bij de dropjesdrogist
Hij koopt daar wat snoep voor een kleintje
Dat niet weet dat hij oma zo mist

 


Dan plukt hij een roos uit een tuintje
Dat mag want men kent zijn verdriet
Dan zet hij die bloem bij haar steentje
En zingt daar heel zachtjes haar lied
.
 Ik geef je een roosje m'n Roosje
Ik geef je een roos elke dag
Geen uur gaat voorbij of je bent dicht bij mij
Ik kom nu heel gauw als het mag

 .

Ik geef je een roosje m'n Roosje
Ik geef je een roos elke dag
Geen uur gaat voorbij of je bent dicht bij mij
Ik kom nu heel gauw als het mag

 
Conny van den Bosch

zondag 26 september 2010

Liefde


Er was eens een man,
en ergens een vrouw,

ze hadden elkaar nooit ontmoet,
maar ze speurden heel diep
dat er iemand was
die aan hen dacht.

Ze leefden hun leven
eenvoudig, elke dag
anderen bijstaan
was hun roeping en kracht.

Op een dag kwam een vriend
en vroeg aan de man,
“ga je niet mee,
een uitstapje naar zee?”

Waarom niet, dacht de man,
met vrienden onder elkaar.

Zo treinden ze samen naar zee,
hadden een luchtig gesprek
en het weer, dat viel mee.

De zee lag zo kalm
en de lucht was zo blauw,
meeuwen schreven hun naam
en plots…zomaar, zag hij haar.

Eén enkele blik
een gouden aureool,
die zon in d’r haar.

Was dit echt, kon dit zijn?
of was hij aan ’t dromen?

Ook zij keek hem aan,
ogen onbevangen en klaar.

...zo kan de liefde
gans onverwacht;
maar wel ooit verhoopt
in een mensenleven komen.

ria
september 2010

donderdag 16 september 2010

de Roos




Men zegt van liefde dat ze zacht is
Als een lief en teder woord
Men zegt van liefde dat ze hard is
En zo vaak het geluk vermoord
Men noemt haar hunker en verlangen
Men noemt haar redder in nood
Ik zeg dat liefde als een bloem is
Waarop de zon haar stralen strooit

Ze is het hart zo bang en breekbaar
Zo wankel en zo broos
Ze is de droom bang voor ‘t ontwaken
Omdat ze dan de waarheid hoort
Ze wacht op wie haar nu willen plukken
Op wie haar tranen steelt
Zo bang om vroeg te sterven
Voor ze werkelijk heeft geleefd

En is de nacht zo koud en eenzaam
Duurt het wachten veel te lang
Denk dan maar dat geluk alleen is
Voor wie er hevig naar verlangt
Denk dan maar dat bittere winters
En dikke lagen sneeuw
Nog nooit hebben verhinderd
Dat de roos hen overleeft
Ann Christy


ria

maandag 16 augustus 2010

Dageraad


De nacht roerselt mijn ziel,
in schaduwen
van transparant tot wit satijn.
Geen dageraad, geen ochtend
kan klaarder zijn.
Zijn liefde tastbaar mij omringt,
ik voel mij gedragen
ik weet mij bemind.

't Zij dag, 't zij nacht,
Hij is bij mij,
bij eenieder
die Hem ontmoeten wil.

Hij gaat nooit heen,
oneindig trouw,
geen mens als Hij
die zoveel
van een ander houdt.
De nacht roerselt mijn ziel,
en kleurt stilaan mijn dageraad.

Eens komt de tijd
van de grote ontmoeting,
- een nieuw begin -
nog ver, dichtbij?

HIJ zal er zijn,
heel dicht bij mij.

ria - nacht 10 juni 2010

donderdag 12 augustus 2010

Jelle en de taal van de liefde.


Als je hem zo bekijkt, zijn stevig gespierde armen en benen, zijn blonde kuif en de blos op zijn wangen, dan zou je niet denken dat hij pas tien werd. Hij stapt met flinke tred naast zijn grootva, met wie hij graag op stap gaat.


Van toen hij maar een peuter was klom hij bij hem op schoot. Misschien omdat die zo mooi verhaaltjes kon vertellen. Die verhalen hebben nu plaats gemaakt voor een gesprek, een echte dialoog mag je wel zeggen.
Leergierig als hij is komt hij met honderd en één vragen bij zijn grootva. Eigen verzinsels en inspiraties, wat hij geleerd heeft op school, maar ook wat hij gelezen heeft of gezien op TV, alles heeft zijn plaats.


Maar vandaag, tijdens hun zomerse wandeling legt hij zijn grootva op de rooster. Hij vraagt: “grootva, hoeveel talen spreek jij eigenlijk?” Grootva blijft even staan en zegt: “hoe kom je daar nu bij?” Omdat zij leven in een multiculturele familie, worden er wel eens meerdere talen gesproken, als de familie op bezoek is. Kleinzoon dringt aan.
“Wel”, zegt grootva langzaam “Vlaams is natuurlijk mijn moedertaal.”
“Hèhè” valt kleinzoon hem in de rede: “geen Vlaams, maar Nederlands hé opa.” Nu gebruikt hij het woordje “opa” met een uitdagend lachje, want hij weet dat grootva dat te Hollands vindt. Misschien heeft hij wel gelijk.
“Natuurlijk” zegt grootva, “ook wij Vlamingen spreken ABN, weet je wat dat wil zeggen” vraag hij aan Jelle. “Wie weet dat nu niet,” zegt de blonde snaak en hij lacht zijn witte tanden bloot. Maar deze keer is het grootva die lacht terwijl hij zegt: “Jelle, in Vlaanderen ‘Vlaams’ en op Sint Anneke ‘mosselen’.” Ze schieten beiden in een hartelijke lach.


Grootva wordt ernstiger als hij verder vertelt. “Mijn middelbare studies deed ik in het Franse landsgedeelte. Dat heb ik aan mijn vader te danken. Die vond dat het nuttig was de beide landstalen te leren en te kunnen spreken.
Dat heeft mij in het begin wel bloed, zweet en tranen gekost, maar later was ik dankbaar dat mijn ouders hebben doorgebeten en mij daarvoor op internaat hebben gestuurd.
In mijn beroepsleven heb ik er goed gebruik van kunnen maken en ook nu met onze globetrotters, verspreid in de grote wereld, is het goed dat ik Frans geleerd heb.



“Grootva” vraagt Jelle, “en Engels, waar heb je dat dan geleerd?”
“De basis kreeg ik tijdens mijn middelbare studies, maar later heb ik nog een paar jaar Engels gestudeerd in de avondschool.
In mijn tijd gingen niet alle jongeren tot hun achttiende naar school en de avondschool, met meestal cursussen van drie jaar, waren dan ook een goede gelegenheid om zich bij te scholen”, zei grootva.
Plots speelde een glimlach op zijn gelaat. “ Weet je dat ik zo oma heb leren kennen” dat was nog later toen ik Duits ging studeren. Ook jouw oma volgde die cursus, eerst waren wij vrienden, pas later hebben wij ons verloofd en zijn we getrouwd. Maar dat is een verhaal voor een volgende keer.” “Toe”, dringt Jelle aan.


Maar grootva schudt zijn hoofd en zegt: “ Er is nog een belangrijker taal die elke mens zou moeten leren en beoefenen; dat is de taal van de “liefde”.
En dan bedoel ik niet alleen de taal van de verliefdheid, maar vooral de liefde van mens tot mens. In de familie, maar ook daarbuiten.


Als iedereen die taal zou leren en toepassen dan zou de wereld er zoveel vriendelijker uitzien.
Dan zou er minder eenzaamheid zijn, minder jaloezie, dan werd er niet gepest, dan was er een veel eerlijker verdeling van de rijkdommen van de aarde.



Als de liefde de taal zou zijn van de mensheid dan werden oorlogen overbodig. Dan was er respect voor ieder mens, voor dier en plant, voor heel de natuur.”



Jelle was aan grootva’s voeten neergehurkt en van verbazing stond zijn mond een weinig open. Daar had hij nog nooit zo over nagedacht. De ‘taal van de liefde’.
Grootva zag met ontroering dat Jelle door zijn betoog geraakt was.
Hij vleide zich naast Jelle in het gras en keek met trots naar zijn kleinzoon, nog zo jong en reeds met een open geest voor de noden van de wereld.


Zoals altijd op hun wandelingen hadden zij een drinkbus bij met een lekkere, frisse kruidenthee. Ze dronken om beurten een slok. Grootva bleef een tijdje in gedachten verzonken.
In de verte klaterde een beekje en hommels, bijen en vlinders bezochten de klaver, boterbloemen en andere wilde bloemen die opzij van de weg stonden. Het witte fluitenkruid toverde herinneringen aan lang geleden.




Genoeg gedroomd” mompelde grootva en hij richtte zich tot Jelle,: “weet jij van wie je die taal, die belangrijker is dan alle andere talen te samen, kunt leren” vroeg hij.


Jelle dacht diep na. “Ik geloof dat je die thuis leert,” kwam het er aarzelend uit
“en misschien ook een beetje op school, of in de Chiro en zeker in de catechese”.
“Heel goed,” moedigde grootva zijn kleinzoon aan. “En van wie zouden de volwassenen dat geleerd hebben? “  “Op dezelfde wijze als wij,” zei Jelle vinnig.



“Klopt” zei grootvader, “maar ergens moet er toch een begin geweest zijn.
“Wie heeft al eerste die taal gesproken, die taal beleefd?”
Jelle beseft nu waar grootva naartoe wil.
“Ja maar grootva, dat is wel heel lang geleden hé”. “Je bedoelt toch Jezus,” zegt hij bedachtzaam.
En hij voegt er aan toe, “je weet toch dat ik het saai vind om op zondag naar de kerk te gaan. Ik ga liever voetballen,” zegt hij heel oprecht.



“Jelle,” zegt grootva, en hij kijkt hem daarbij met veel liefde aan: “ terwijl jij gaat voetballen houdt God van jou”, ook al vind jij het niet nodig Hem te gaan groeten en even gezelschap te houden in de kerk, toch houdt Hij van jou.” “En weet je waarom, Jelle?”



Jelle moet het antwoord schuldig blijven.
“ God is liefde ” zegt grootvader en hij voegt er aan toe:
“ God heeft ons, ieder mens, als eerste bemind.
En wel vanaf de eerste microseconde van ons bestaan, lang voor we met het blote oog zichtbaar waren. Vanaf dat ogenblik bemint God ieder mensenkind en heeft Hij het zaad van Zijn liefde in het toekomstige hartje ingeplant.
Want al hebben jouw ouders bewust voor jou gekozen Jelle, toch is het God die jouw leven gestalte gaf. Hij maakte de liefdedaad van jouw ouders vruchtbaar. Hij maakte jou, voor eeuwig Zijn kind.”



Grootvader ziet dat Jelle het niet begrijpt en hij streelt hem over zijn blonde kuif.
“Maak je geen zorgen” zegt hij, “het heeft ook vele jaren geduurd vooraleer ik dit kon aanvaarden en geloven.” “Maar God is geduldig. Dat is een eigenschap van de taal van de liefde”, zegt hij.



“Kom,” zegt grootva, “als we nu eens tot aan het pannenkoekenhuisje zouden stappen, ik heb van al dat gemijmer warempel honger gekregen.”
Jelle legt zijn stevige kinderhand in grootva’s knoeste werkershand, een teken van verbondenheid, vertrouwen en liefde.



Immers de taal van de liefde schrijft haar eigen verhaal. Ze heeft haar eigen symbolen en tekens.


ria
12.08.10

dinsdag 20 juli 2010

Het lied dat wij nu zingen...



Gij komt tot ons gans onverwachts
in alle mooie dingen.


in bloemen, in de zonnepracht
in 't lied dat wij nu zingen


...in 't brood dat op de tafel staat


in 't hart dat blij en dankbaar slaat,
in duizend, duizend dingen.


Gij komt tot ons in het morgenuur
in dauw van nieuwe dingen,


in 't kind dat lacht, in licht en vuur,
in 't lied dat wij U zingen,



in 't woord dat Gij nu tot ons spreekt,
in 't brood dat Gij hier met ons breekt,
in duizend, duizend dingen.



Gij komt tot ons in heel de dag
in arbeid van de dingen,
in zorg en vreugde, pijn en lach,
in 't lied dat wij dan zingen.


In liefde ook van man en vrouw,
in vriendschap, vrede en in trouw
in duizend, duizend dingen.


Gij komt tot ons als 't avond is,
in het sterven van de dingen,


in 't afscheid, dat het laatste is,
in 't lied dat wij niet zingen.



Op 't woord dat Gij spreekt, hopen wij,
Uw liefde is ons toch nabij
in duizend, duizend, dingen.

--------------------------------------------------------------------------------------------------------

tekst: L. Adeleydt
muziek: F. Grypdonck - uit: Zingt Jubilate

  - Fotografen onbekend -

De foto's worden mij meestal toegezonden via pps, echter zonder naam.
Anderen komen uit de bibliotheek van Microsoft.
Gelieve mij te melden als één deze foto's uw eigendom zou zijn.
Dank, ria39